Techniek5 min lezen
Infill en wanddikte: welke instellingen heb je nodig?
Deze twee instellingen bepalen samen het grootste deel van je prijs, want ze bepalen hoeveel materiaal er in het onderdeel gaat en hoe lang de printer bezig is. Ze bepalen ook de sterkte, maar niet in de verhouding die je zou verwachten.
Het korte antwoord
Voor decoratie is 15 procent infill met twee wanden genoeg. Voor functionele onderdelen adviseren we drie wanden met 40 procent. Boven 40 procent koop je vooral printtijd en nauwelijks sterkte, en dat is de duurste manier om een onderdeel te verbeteren.
Wat de twee instellingen betekenen
Wanden zijn de doorlopende lijnen langs de buitenrand van het onderdeel, laag na laag. Onze nozzle is 0,4 millimeter, dus twee wanden is 0,8 millimeter massief materiaal, drie wanden is 1,2 millimeter. Dat is de huid van je onderdeel en daar zit de sterkte in.
Infill is het patroon dat de holle ruimte binnen die huid vult. Bij 15 procent is het onderdeel voor het grootste deel lucht met een raster erin; bij 100 procent is het massief. Infill houdt vooral de wanden op hun plek en voorkomt dat een groot vlak doorbuigt.
Wat het met de prijs doet
Beide kosten materiaal en printtijd, en dat zijn precies de twee grootste posten in onze prijsopbouw. Van 20 naar 60 procent infill kan bij een onderdeel van enige omvang de prijs merkbaar opdrijven, zonder dat het onderdeel in de praktijk meer houdt.
Dat is ook de reden dat een groot onderdeel minder duur is dan mensen verwachten. Een letter van 20 centimeter is grotendeels lucht: dunne wanden, lage infill. De prijs volgt het gebruikte materiaal, niet de buitenmaat.
Aanbevolen combinaties
Decoratie, letters en modellen binnen: twee wanden, 15 procent infill. Het onderdeel moet er goed uitzien en verder niets doen. Dit is de goedkoopste bruikbare instelling.
Eerste prototype voor een vormtest: twee wanden, 15 procent infill, laaghoogte 0,2 millimeter. Je test de maat en de vorm, niet de sterkte. Zonde om hier geld in te steken zolang het ontwerp nog verschuift.
Functionele onderdelen, houders, klemmen en vervangstukken: drie wanden, 40 procent infill. Dit is onze standaard voor werk dat iets moet verdragen.
Zwaar belaste onderdelen of iets dat constant meebeweegt: vier wanden, 40 tot 50 procent infill. Extra wanden helpen hier meer dan extra infill, omdat trilling langs de laagnaden aangrijpt.
Wanneer 100 procent infill zinvol is
Zelden. Massief printen duurt lang, kost veel materiaal en levert een onderdeel op dat door de opgebouwde interne spanning eerder kromtrekt dan een onderdeel met een raster erin. Voor kleine, dikke stukken die echt maximaal moeten houden kan het, maar dan is de vraag meestal of frezen niet de betere techniek is.
Wil je een onderdeel dat waterdicht moet zijn, dan helpt hoge infill wel: 60 procent of meer met vier wanden geeft de minste kans op een pad waar water langs kan.
Zelf kiezen of aan ons overlaten
In de prijscalculator stel je infill, wanden en kwaliteit zelf in en zie je meteen wat elke keuze met de prijs doet. Dat is de snelste manier om te zien waar je geld aan opgaat.
Weet je het niet, beschrijf dan in je aanvraag wat het onderdeel moet doen. Wij kiezen de instellingen dan zo laag als verantwoord is, want een onnodig dure print levert ons geen tevreden klant op.
Kort samengevat
Drie wanden met 40 procent infill dekt vrijwel al het functionele werk. Voor decoratie kun je terug naar twee wanden en 15 procent en houd je geld over. Alleen bij onderdelen die constant meebewegen is een vierde wand het geld waard.
Vragen hierover die we vaker krijgen
Wat is het verschil in prijs tussen 20 en 60 procent infill?
Dat hangt af van het volume van je model, dus een algemeen percentage zegt weinig. Zet je eigen bestand in de prijscalculator en schuif de infill op: je ziet het verschil dan direct op jouw onderdeel, inclusief de volledige kostenopbouw.
Welke laaghoogte moet ik kiezen?
Voor functionele onderdelen 0,2 millimeter: dat is het snelst en het sterkst. Voor zichtwerk 0,12 tot 0,16 millimeter, want dan vallen de printlijnen nauwelijks op. Fijner printen kost vooral tijd en die tijd zit in de prijs.